Afgezien van enkele klanten die iets op kwamen halen, hebben we niet veel gesprekken gevoerd aan de Gouden Veer tafel de afgelopen weken. De voorbije maand bestaat dan ook uit twee mooie weken op Texel en voor de rest is het eigenlijk te warm om veel tijd in het atelier door te brengen.

Onze tijd op Texel vergaat met heerlijk lezen en luieren, lekker fietsen en mooie strandwandelingen. Die brede strook zand ligt bezaaid met mooie schelpen. Kleintjes, grote en hele grote, zoals bijvoorbeeld de Ossa sepia, het rugschild van een inktvis (zeekat).

Al wandelend langs de vloedlijn denk ik terug aan mijn tijd op de Vakschool voor Edelsmeden in Schoonhoven. Daar heb ik, zo’n 45 jaar geleden, een ringetje gegoten met behulp van twee van zulke Sepia schelpen. Ossa sepia wordt verkocht in dierenwinkels om in de kooi van de parkiet te hangen, maar je vindt ze dus ook op het strand.

Ossa Sepia

Je schuurt twee schilden langs elkaar, zodat er twee vlakke delen ontstaan, de binnenkant is namelijk vrij zacht. Daar maak je een afdruk in, van de vorm die je wilt gieten, bijvoorbeeld een ring of hanger. Je maak je een trechtertje naar de ontstane holte plus wat kanaaltjes om de lucht af te voeren. Goed samenbinden met ijzerdraad, goud of zilver smelten – op school deden we het met brons, dat is goedkoper – en dat dan in de holte in de ossa sepia gieten.

Als alles goed gaat heb je, als je de schelpen weer loshaalt, een mooie afdruk van je vorm met de textuur van de ossa sepia aan de buitenkant. Als de temperatuur straks weer wat aangenamer is in het atelier, dan ga ik het nog eens proberen.

Voor nu heb ik het gehouden bij het doorboren van een mooie zwarte schelp, zodat er een ringetje door kan voor een ketting of veter. Ook een mooie vakantieherinnering.