Geen bezoek aan onze Gouden Veer tafel, maar óp bezoek in het ziekenhuis. De aanleiding hiervoor is een appje van een lieve dame voor wie ik in het verleden diverse sieraadklusjes heb verricht. Ze zei toen al dat ze haar negen kleinkinderen graag een sieraad wilde geven, maar een opdracht bleef uit. Nu wil ze kennelijk de daad bij het woord voegen.
Haar bericht is getypt en verstuurd door de verpleging. Ik bezoek haar diezelfde middag en tref haar in het ziekenhuisbed. Ze wordt geflankeerd door twee kleinzoons, begin twintig, die duidelijk moeite hebben met hun krachteloze oma die zich voorheen nergens door van de wijs liet brengen en op haar scootmobiel regelmatig op pad was.
De dame vertelt dat ze wéér een hersenbloeding heeft gehad en haar linkerarm niet meer kan bewegen. Spreken gaat prima, maar ze heeft inmiddels niet meer de illusie dat het wel weer goed komt. Ze lag wakker van het sieradenverhaal en vraagt of ik hier iets in kan betekenen.
Na mijn dood…
Ik stel voor dat ik haar sieraden omsmelt en splits in negen delen. Daar maak ik dan een ringetje voor de meisjes en een ‘kluitje’ voor de jongens van. Zo’n goudklompje-met-hangeroog kan de kleinzoon gewoon dragen, of wellicht ooit omsmelten tot trouwringen.
Dat lijkt haar mooi. Ze vraagt of ik hier voorbeelden van heb en of ik daarmee nog een keer langs wil komen. Ik noteer de namen van de kleinkinderen, voor een persoonlijk certificaat, met een foto van oma’s sieraden en het sieraad wat ik voor hen heb gemaakt.
Ik maak een overzichtje van de werkzaamheden en zorg voor een voorbeeldringetje en -goudklompje en vraag wanneer het schikt dat ik langskom maar krijg geen reactie.
Ik neem contact op met een van haar zoons en app hem desgevraagd het overzicht met de kosten. Na enkele dagen appt hij dat moeder, na overleg, toch afziet van het omsmelten van haar sieraden. Prima natuurlijk, maar ergens in mij zegt een stemmetje: ‘Heeft ze dat echt zélf besloten?’