De dame aan onze Gouden Veer tafel heeft een grote hoeveelheid sieraden meegenomen. De vraag is of ik ze kan beoordelen op ‘echtheid’ en of ik er dan – als het goud of zilver blijkt te zijn – een mooi nieuw sieraad van kan maken. Liefst een brede, grotendeels zilveren ring, strak vormgegeven, dus met weinig ‘poespas’.
Dit beoordelen wordt vaak gevraagd en is ook precies wat ik graag doe. De hoeveelheid sieraden is telkens verschillend, net als de verhalen achter die oude sieraden, maar de werkwijze nagenoeg gelijk. Eerst aan tafel grofweg sorteren in ‘edel’ of ‘onedel’. Daarvoor kijk ik natuurlijk naar merkjes. Bij afwezigheid daarvan kan ik op basis van ervaring vaak zien en voelen of iets ‘echt’ is.
Toetsen met toetswater
Er zijn ook sieraden waaraan ik twijfel en die ondergaan een tweede test. Ik gebruik dan ‘toetswater’ om te testen welk gehalte het edelmetaal heeft. Ik kras met het sieraad over een ‘toetssteen’ en druppel dan wat toetsvloeistof – bijvoorbeeld 14 karaat – op het goudschraapsel. Als de kras verdwijnt dan is het geen 14 karaat goud. Ik kan dan nog 8 karaat proberen en als de kras dan blijft, dan zit er dus in ieder geval een beetje goud in de legering.
Deze dame heeft ook veel zilveren sieraden; een armband, een horloge(band), een aantal kettingen, wat ringen. Zo’n grote hoeveelheid zilver kan ik zelf niet smelten. Ik stuur het daarom naar de edelmetaalverwerker in Joure, een groot bedrijf dat het ingeleverde edelmetaal verwerkt tot een legering van het juiste gehalte, in dit geval 1e gehalte zilver.
Van de staaf zilver die ik retour gestuurd krijg, maak ik een mooie brede ring en ik gebruik een deel van het goud voor een paar accenten. De ring begint met de Y van haar voornaam en wikkelt zich dan, in goud en zilver, mat en glimmend, precies op maat om haar vinger. Zij is minstens net zo blij als ik met deze ‘échte Alize’.