Het stel tegenover mij aan onze Gouden Veer tafel gaat trouwen. Ze zijn niet meer piepjong, maar ook zeker nog niet oud. Als ze bellen met de vraag of ik op korte termijn trouwringen kan maken, hou ik eerst een slag om de arm. De vakantie staat immers voor de deur en voor trouwringen moet je toch over het algemeen de nodige tijd uittrekken. De dame vraagt of ik dan misschien een andere edelsmid aan kan raden.

Ik vraag wat de aanstaande bruid precies voor ogen heeft. Ze legt me uit dat er twee gouden ringen zijn, erfstukken uit de families, die ze graag willen gebruiken. Zij wil het liefst twee simpele gouden ‘bandjes’. Geen stenen, geen vingerafdrukken, geen versieringen… Nou, dát zou voor mij, vóór onze vakantie, ook nog wel te doen zijn. We spreken diezelfde dag nog af.

Twee heel verschillenden ringen

Er blijkt een trouwring te zijn uit de familie van hém en een fantasiering uit de familie van háár. Misschien zou ik de ring van hem op maat kunnen maken en de gravure verwijderen, zodat hij hem dan zou kunnen dragen. Maar de ring die zíj heeft gekregen vindt ze niet mooi. Die ring is wel door een edelsmid gemaakt, maar compleet anders als zijn ring en dat vinden ze beiden niet zo leuk. Ik stel voor om de ringen samen te smelten, tot een staafje te gieten en daarvan hun nieuwe ringen te maken.

Ze zijn heel blij met het resultaat. Het hergebruiken van het ‘familie-goud’ voor deze ringen geeft hun verbintenis een extra laagje geschiedenis, plus een goed verhaal. Bovendien is het ook nog eens een stuk goedkoper dan nieuwe trouwringen kopen. Ik maak er een mooi certificaat bij met een foto van de oude en de nieuwe ringen en de geschiedenis ervan.

Mijn wens voor dit stel is dat ze de ringen in goede gezondheid samen mogen verslijten, hoewel dat ‘verslijten’ nog wel lastig wordt met zulke stevige ringen.