Er liggen wat glimmende gebaksvorkjes op onze Gouden Veer tafel. Soms is het oppoetsen van edelmetaal genoeg om het weer nieuw elan te geven. Dat geldt ook voor deze gebakvorkjes die ik kreeg van mijn neven en nicht.

Waardevolle spullen

Mijn tante en oom zijn onlangs kort na elkaar overleden. Ze laten veel na. Naast (schoon)kinderen, klein- en achterkleinkinderen ook een zorg-appartement wat (snel) opgeruimd moet worden. Het is gevuld met spullen van waarde voor oom en tante, zij hebben er immers al die jaren zorg voor gedragen, maar zijn dat ook voorwerpen die voor het nageslacht nog waardevol zijn? Ik zie vaak dat kinderen na het overlijden van ‘de laatste ouder’ moeite hebben met het weggooien van de spullen die door hun ouders door de jaren zo naarstig zijn verzameld.

Edelmetaal

Met gouden en zilveren voorwerpen komt het meestal wel goed. Die hebben in ieder geval materiaalwaarde. Goud leent zich, zeker op dit moment, in ieder geval voor hergebruik. Groot bijkomend voordeel is, dat door het omsmelten van moeders sieraden ook haar nagedachtenis levend blijft. Mijn nicht is bekend met onze edelsmederij en vraagt of ik het zilveren bestek van oom en tante wil hebben. Het heeft door de jaren heen op veel (familie)bijeenkomsten geschitterd aan lange tafels vol gezelligheid en heerlijke maaltijden.

Keurtekens

Er staan merktekens op de achterkant: GN Q GERO 90. Dat betekent dat het een ontwerp is van Georg Nilsson, jaarletter Q betekent dat het (waarschijnlijk) geproduceerd is in 1962 en dat er 90 gram zilver werd gebruikt om een 24-delige bestekcassette te verzilveren. Het basismateriaal is dus (helaas) onedel materiaal, maar het zilverlaagje zorgde er wel voor dat er regelmatig gepoetst moest worden, iets wat mijn nicht zich nog goed herinnerd.

Polijsten

De gebaksvorkjes passen in mijn polijsttrommel, dat maakt het poetsen een stuk gemakkelijker. Het bestek zal ik later nog wel eens onder handen nemen.